De architecten J. Müller en C.M. Droogleever Fortuyn (1846 – 1928) ontwierpen het eerste deel van het gebouw dat nog driemaal zou worden uitgebreid. Van dit vrij eenvoudige kantoorgebouw uit 1901 is alleen nog de noordgevel over, die het middenstuk vormt van de huidige gevel. In 1908 kregen Müller en Droogleever Fortuyn, aangevuld met architect C.B. van der Tak (1900 – 1977), opdracht tot de bouw van een magazijnpand. Het pand werd in de zogenoemde ‘overgangsstijl’ gebouwd. Het massieve blok werd wat luchtiger gemaakt met jugendstilornamenten en de 2 bescheiden, maar herkenbare, torentjes.