Eigenlijk schreef de stichter van deze winkelketen zijn naam met “een lange ij” (Piet de Gruijter dus) maar, om te bezuinigen op het aantal (meestal grote koperen) letters op elke voorgevel van deze winkels had men ervoor gekozen de naam voortaan met “een griekse y” te schrijven. Enkele jaren later koopt hij ook het fabriekje ‘De Lintmolen’ in de Orthenstraat. Hier verbrijzelt hij met een molen de granen tot gort, populair volksvoedsel in die tijd. Zijn vrouw verkoopt de gort in de winkel. Het is het begin van ‘De Gruyter-formule’: zelf maken wat je verkoopt. Wanneer zijn jongste zoon Louis in het bedrijf komt verandert de naam in ‘P. de Gruyter & Zoon’. Het zijn de twee zonen van Louis, Lambert en Jacques, die de grutterij begin twintigste eeuw moderniseren en uitbreiden met een eigen winkelketen.
Naast de verkoop van peulvruchten (bruine bonen, erwten), granen, gemengd veevoer, rijst, bloem en meelsoorten voegen Lambert en Jacques ook koloniale waren toe aan het assortiment, zoals koffie (‘het bruine goud’) en thee. En kunstboter van margarinefabrikant Jurgens die hen met zijn financiële steun in staat stelt om de winkelketen telkens weer uitbreiden. In 1952 werd de eerste zelfbedieningswinkel geopend in Rotterdam. In de Lusthofstraat 67. De Gruyter kocht al in het begin van de vorige eeuw margarine van Van den Bergh en Jurgens in Feijenoord. De Gruyter artikelen lagen in de grote warenhuizen in New York en Canada. De Gruyter winkelbedrijf is verkocht aan De Spar. Verkopen wat je maakt.