Voorheen was het een woonhuis, onder ander van de familie Brandel. De Joodse ondernemer A. Brandel dreef in de jaren dertig een confectieatelier aan de Oostzeedijk. Brandel vervulde allerlei maatschappelijke nevenfuncties in Rotterdam. Zijn vrouw, Elisabeth Brandel-Cohen, organiseerde regelmatig huisconcerten. Samen behoorden zij tot de welgestelde culturele bovenlaag van de bevolking. Ze waren graag geziene gasten bij officiĆ«le gelegenheden, waar mevrouw – volgens een dienstbode – de allure had van een ‘grande dame’. Brandel overleed in 1936 op 57-jarige leeftijd. Zijn weduwe trok in bij haar zus aan de Avenue Concordia. Ze overleed als oorlogsslachtoffer op haar 61e in Sobibor.
Het woonhuis werd eerst geconfisqueerd door de Duitse bezetter. In juni 1940, nota bene vlak na het bombardement op Rotterdam, begon de nieuwe eigenaar, C. J. van Heezik, hier Bodega Victoria waar vervolgens uiteenlopende zaken onderdak vonden. Bouwmaatschappij ‘Rust Roest’ hield hier bijvoorbeeld haar aandeelhoudersvergaderingen. En aannemers Gebr. Kwaaitaal vierden hier hun 25-jarig jubileum. Maar ook verlovings- en trouwrecepties kregen regelmatig een warm welkom in Bodega Victoria.