Bakker van der Ham

De geur van vers­ge­bak­ken brood

Wie met zijn neus in de lucht loopt, ziet meer, want op de hoek van de Hillevliet en de Asterstraat ontdek je dan de geveltekst ‘M. van der Ham, Elektrische brood, beschuit- en banketbakkerij’.

Het pand is nu een woonhuis, maar ooit rook het hier in Bloemhof naar versgebakken brood. Lange tijd was deze zaak onderdeel van het bakkersimperium van de familie Van der Ham. De eerste vermelding van de bakkerij op de Hillevliet in de kranten is van 1922. Mattheüs van der Ham (1880) had toen al een bakkerszaak in de Bloemfonteinstraat in de Afrikaanderwijk en aan de Maashaven. Hij laat een pand bouwen op de Hillevliet, met zes woningen, de bakkerswinkel zit op de begane grond en de bakkerij in de kelder. Het gezin gaat boven de winkel wonen. Nieuw in die tijd is dat het deeg machinaal wordt gekneed en het brood in elektrische ovens wordt gebakken. Dat is dan ook trots verwerkt in de ingemetselde glazuurstenen op de gevel.

Oorlogsjaren in de bakkerij en onderduikers tussen het meel

Gerbrand van der Ham (1912) neemt de zaak van zijn vader Mattheüs over, maar met tegenzin. Hij heeft de HBS gedaan en wil liever stuurman worden en varen. Toch werken ze een paar jaar samen. Als zijn vader en moeder verhuizen, neemt Gerbrand zijn intrek boven de winkel, samen met zijn vrouw Lammy. Tijdens de Tweede Wereldoorlog draait de bakkerij door, totdat er in 1943 geen meel en bloem meer te krijgen is. Mensen komen nog wel met meel naar de winkel om er brood van te laten bakken. Maar door de kolenschaarste in 1944 moet Gerbrand daar definitief mee stoppen.
Mattheüs redt het leven van een Joods echtpaar dat bij de familie onderduikt. In de bakkerij zit een grote donkere kast waar het meel wordt bewaard. Hier verblijven ze overdag. De kast loopt door naar de gang van de buren. Om te verbergen dat er een kast zit, worden er balen meel voor gezet. In de avond worden die weggehaald en komt het echtpaar tevoorschijn. Uiteindelijk moet Gerbrand in 1944, in verband met de grote razzia op 10 en 11 november, zelf onderduiken. Hij krijgt onderdak bij een boer in Zevenhuizen. Theo heeft goede herinneringen aan het Joodse echtpaar dat tot aan hun dood de familie op verjaardagen bezoekt.

Theo’s eerste stappen in de bakkerij, een familiebedrijf

In 1945 krijgen Gerbrand en Lammy een zoon, Theo. Van kinds af aan is Theo in de bakkerij te vinden. Bij de kleine Theo stroomt het bakkersbloed al snel door zijn aderen. Hij wil niets liever dan bakker worden, dit in tegenstelling tot zijn vader.
Theo: ‘Ik ben opgegroeid en opgevoed in een bakkersfamilie. Mijn opa was bakker en mijn vader ook. Toen ik oud genoeg was ging ik bij mijn vader werken, maar zijn hart lag niet bij dit werk. Ik heb het vak uiteindelijk bij andere bakkers goed geleerd. Dat was ook de reden dat ik voor mezelf wilde beginnen, ik wilde het anders en beter doen.’
Over het pand vertelt Theo: ‘Mijn opa heeft de bakkerij met zes woningen erboven laten bouwen. Ik ben er geboren en heb er altijd met veel plezier gewoond. De sfeer van het huis was heel gezellig. De indeling binnen was bijzonder, sommige kamers lagen 1,5 meter hoger dan anderen en hadden opstapjes, omdat ze boven de bakkerij lagen. Het meel lag op zolder opgeslagen.’

Goed brood draait om tijd, nog eens tijd en toewijding

Theo trouwt in 1967 met Nel en in 1970 nemen ze de zaak over en gaan boven de winkel wonen. Theo’s ouders verhuizen naar Ommoord, vader Gerbrand verlaat het bakkersbedrijf en gaat voor de Kinderbescherming werken. Theo en Nel runnen als een ijzeren duo de bakkerij aan de Hillevliet.
Theo over zijn passie: ‘Wat ik er leuk aan vind, is dat je van grondstof tot product komt. Je kan dezelfde grondstoffen als een collega gebruiken, maar toch tot een heel ander of beter product komen. Bijvoorbeeld door andere rijstijden of baktijden te gebruiken. Een goed brood bakken draait om tijd, tijd, tijd en nog eens tijd. Een goed brood moet lang rijzen. Dat alles nu allemaal sneller moet, gaat ten koste van de kwaliteit. En ik had kwaliteit hoog in het vaandel staan! Daarom ben ik 50 jaar bestuurslid bij de Bakkersbond geweest.’

De nacht als werkdag

Een bakkerszaak runnen is hard werken, zo vertelt Theo: ‘Ik werkte de hele nacht door, het brood moest in de ochtend in de winkel liggen. Rond een uur of 9.00 was ik klaar en ging ik de administratie doen. Daarna ging ik een paar uur slapen. Rond 16.00 uur ’s middags stond ik op en ging ik naar vergadering van de bond, die waren door heel het land. Als het lukte, sliep ik een paar uur om rond 1.00 uur ’s nachts weer de bakkerij in te stappen. Nel begon om 7.00 uur en deed de winkels. Onze twee kinderen werkten ook mee in de zaak. Op zondag probeerden we meestal wat gezelligs te doen met het gezin. We probeerden ook elk jaar wel met vakantie te gaan, maar als een invaller ziek was, dan was het meteen over voor mij.’

Grote opdrachtgevers en pieken in de feestmaanden

Theo haalt door de jaren heen grote opdrachtgevers binnen zoals Hotel New York, Westerpaviljoen, Loos en Dudok. Hij is een aanpakker, durft risico’s te nemen en te investeren. In zijn glorietijd werken er wel vijftien mensen. Hij opent door de jaren heen in totaal nog vijf vestigingen: aan de Riederlaan, Hilledijk, Groene Hilledijk, Beverwaard (de zaak van de oudste dochter tot zij trouwde) en de Lange Hilleweg (de zaak van de jongste dochter tot de familie stopte in 2003).
Theo: ‘Het contact met klanten en collega’s vond ik altijd enorm leuk. En daar leerde ik ook veel van. Als ik klaar was en het brood weer mooi in de winkel lag, was ik telkens weer trots. Ik kreeg naam en daar kwamen mensen op af. Mijn kerststol en kerstbrood werden bekend. Die maakte ik met amarena-kersen, ik denk dat ik er daar wel tienduizenden van heb gemaakt. Met Pasen maakten we zo’n 4.500 stollen. Dat waren altijd mooie hoogtepunten.’

‘Echte bakker’, het gilde als schild

De opkomst van de supermarkten betekent ook de introductie van het fabrieksbrood. In 1967 slaat een aantal bakkers de handen ineen en richten het Echte Bakkersgilde op. Niet elke bakker mag zich zomaar een Echte Bakker noemen, je moet aan strenge eisen voldoen, beschikken over vakkennis en een flinke dosis passie hebben. Theo sluit zich aan, is 25 jaar secretaris van het gilde én wint met zijn brood, kerstbroden en tulbanden vele prijzen.
Tijden veranderen en zo ook het brood. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar witbrood was tot ongeveer de jaren 70 een luxeproduct. Er komt steeds meer vraag naar bruinbrood, de voedingswaarde wordt steeds belangrijker en volkorenbrood wordt populair. Waar Theo in zijn bakkerij eerst 70% witbrood bakte tegen 30% bruinbrood, draait die verhouding vanaf dan om.

Het stille afscheid van een bakkersimperium

De bakkerij had altijd een buurtfunctie. Maar de wijk en ook de mensen veranderden. Er kwamen veel gastarbeiders uit Turkije en Marokko. Vanaf de jaren 1980 is er veel overlast van verslaafden, die ook stelen uit de winkel. Theo en Nel hebben met de verslaafden te doen, maar het is ook slikken.
Theo: ‘Vroeger was de Hillevliet een chique straat, er woonden dokters en advocaten in de buurt. We hadden veel contact met de buurt, iedereen kende elkaar. Maar waar mensen eerst nog zelf hun stoepjes veegden, werd het steeds viezer. We kregen te maken met vernielingen, inbraken, brandstichting en verschillende overvallen.’
Begin jaren 2000 is de rek eruit. Na brandstichting door een verslaafde buurman en zeven overvallen, is de maat vol. Theo: ‘In 2002 kreeg mijn vrouw een pistool op haar hoofd gericht in de winkel. Het was net voor de kerst. Toen hebben we gezegd: we stoppen ermee. Ik was 57 en met pijn in mijn hart heb ik de zaak en de andere panden verkocht. We voelden ons steeds meer een vreemde als we door de buurt liepen. Uiteindelijk zijn we naar de Pascalweg in Lombardijen verhuisd, een huis met een tuin. Daar hebben we 20 jaar heel fijn gewoond. Nu wonen we in de Hoeksche Waard, in Puttershoek, in een comfortabel appartement’ In de bakkerij aan de Hillevliet komt een Turkse bakker die Theo nog inwerkt, maar na een jaar is die failliet.

Een missie, kennis over brood wereldwijd delen

Na zijn pensioen blijft het brood trekken. Theo kan niet stilzitten. Hij werkt eerst voor de ledenservice van de bakkersbond en wordt daarna vrijwilliger voor de PUM, Project Uitzending Managers. Deze overheidsorganisatie helpt en ondersteunt bakkers over de hele wereld en zet zich in om kennis te delen.
Theo: ‘Zo heb ik meer dan 50 uitzendingen gedaan in Azië, Afrika en Zuid-Amerika waar we heel veel bakkerijen hebben opgezet. India, Nepal, Filipijnen, El Salvador, Zuid-Afrika, Mongolië, ik ben er allemaal geweest. Na de grote aardbeving in Haïti in 2010 hebben we samen met een lokale ondernemer een bakkerij opgezet, die is nu de grootste van het land.’
‘We pasten het brood aan aan de situatie en lokale smaak van daar. Als een machine kapotging, moesten we dat creatief maken. In sommige landen was het spannend, daar gingen we niet alleen naar buiten. Ik heb ook wel eens een paar flinke klappen gegeven. Honger hebben doet rare dingen met een mens. Ik heb mensen kunnen helpen. De missies waren hoogtepunten in mijn bakkerscarrière.’

De liefde zit diep

De liefde voor het ambacht zit diep, ook al werkt er nu niemand van de familie meer in een bakkerij. Theo: ‘Mijn broer kwam veel helpen in de bakkerij. Zijn zoon Gerbrand heeft ook nog een tijdje bij ons gewerkt, we hebben nog steeds een hechte band.’
Gerbrand van der Ham (1981): ‘Ik kwam veel in de zaak van ome Theo en tante Nel, het was een geoliede machine. Ik mocht altijd wat maken in de bakkerij, of helpen in de winkel. Ik zat in no time onder de bloem. Het bakkersvak trok me wel aan. Ik was zo trots op ze. Dat wilde ik ook!’ Gerbrand haalde zijn Brood & Banket diploma.
‘Maar het bakkersleven is echt een levensstijl, de uren zijn zwaar. Uiteindelijk bleek het niets voor mij. Ik vond ander werk en ben nu controleur in de haven, vaak ’s nachts. Ik denk nog altijd aan de tip van ome Theo: “Even voorslapen als het kan, dan laat je de geest wennen dat het weer een nieuwe dag is.” Het bevalt me goed, ik ga fluitend naar mijn werk.’
Gerbrand heeft de hechte familieband in 2020 op een bijzondere manier vastgelegd: hij heeft een tatoeage van de bakkerij op zijn kuit. ‘Als eerbetoon aan mijn familie. Zo wil ik de familiegeschiedenis levend houden. De tatoeage laat de bakkerij op de Hillevliet zien met daarvoor een man en kind. Zij staan voor de familieband.’
Theo en Nel maken nog wel eens een ritje langs de Hillevliet: ‘Even kijken naar de oude bakkerij. Er liggen mooie herinneringen. En mijn brood? Dat koop ik altijd bij de verse bakker!’