HET POSTHUIS
Soms kom je op een verrassend moment een Vergeten Zaak tegen. Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Zoiets zou Johan Cruijff toch gezegd hebben?
Het is inmiddels twee jaar gelden dat ik in de Kunsthal in Rotterdam het kunstwerk S.A.C.R.E.D, van kunstenaar Ai Wei Wei zag, aan de kant van de Westzeedijk. Mijn blik werd gevangen door de tekst aan de overkant.
HET POSTHUIS, staat er met rode letters in een witte latei. Hoewel het indrukwekkende pand in 1896 gesticht is, moeten de letters er pas in 1961 aangebracht zijn, want, zo leert de geschiedenis van het pand, dat is het jaar dat het postinternaat zijn intrek nam.

De oplevering van het pand in 1896
Wie waren de eerdere bewoners van dit pand? We zien al vanaf 1899 de naam E.P. de Monchy Rz, genoemd in het stratenregister van Rotterdam. Rz staat voor René. Zijn naam verwijst naar zijn grootvader die in 1883 overleed. Zakelijk was het soms handig om de naam te handhaven. Het gaat hier te ver om de hele Monchy familie te beschrijven, want er woonden meer Monchy’s in het pand. Het statige pand werd het decor voor de Rotterdamse high society en de handelselite, compleet met personeel, dat aan de voorzijde uitzicht had op de weilanden van het Land van Hoboken en aan de achterkant op de buitenplaats Schoonoord, waar in 1860 landschapsarchitect Zochers, er een Engels landschapstuin realiseerde.
Het bedrijf importeerde op grote schaal specerijen, koffie, thee, noten en gedroogde vruchten uit Nederlands-Indië. Maar de invloed van de familie reikte veel verder. Ze bekleedden bestuursfuncties in stad en land. Het bedrijf groeide uit tot een internationale handelsreus. Net voor de Tweede Wereldoorlog verliet de familie de Monchy het pand. Na de economische crisis in de dertiger jaren werden de panden wellicht te duur voor de elite. Een tak van dit historische familiebedrijf is nog altijd actief onder de naam Monchy Food Company

Maison Trijpschoe
Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940, verloren vele hotels in het centrum hun gebouw. Het pand kreeg een andere functie. We vinden advertenties met vermeldingen van een Maison Trijpschoe of Hotel Tripschuh. Om het hotel een internationale allure te geven werd het in advertenties ook wel met ‘maison’ aangeduid. Het werd een onderkomen voor zakenlieden en reders, maar ook dakloos geworden Rotterdammers, artiesten en theatergezelschappen of alleenstaande werknemers. Tot in 1960 de hele inventaris werd geveild en de PTT het pand aankocht en leerlingen van de Kantoor- en Transportopleiding van de PTT er hun intrek namen.

Kantoor- en Transportopleiding van de PTT
In de randstad was er bij de PTT in die tijd een enorm tekort aan personeel. Jonge jongens uit heel Nederland werden gecharterd om naar Rotterdam te komen. Menig traantjes van diepe heimwee werden gelaten. Groningse plattelandsjongens uit rustige dorpen maakten ineens kennis met de ruwe kosmopolitische havenstad, waar je zeemanskroegen en prostitutie om de hoek vond. Het echtpaar Jabaai, ook wel ‘moeder’ en ‘vader’ genoemd, leidde met strenge maar ook liefdevolle hand het internaat. Men sliep op grote slaapzalen en om tien uur ’s avonds ging de zware voordeur op slot. Via de ramen aan de achterkant van het pand, probeerden de jongens nog wel eens na tien uur, soms bij zonsopgang binnen te komen na genoten te hebben van de verleidingen van de grote stad.
Overdag aan de Delftsestraat moesten de leerlingen veel leren over topografie, wetgeving, tarieven en hoe je mensen achter het loket te woord staat. Ook moesten ze aan de bak bij het sorteren en bij het bezorgen van de post.

In 1977 komt er een einde aan het internaat. Jongeren worden mondiger en het strakke regiem van een internaat met surrogaatouders paste niet meer. Door de automatisering in de postsortering waren er minder personeelsleden nodig.
De post wordt nog steeds bezorgd, ook bij de luxe appartementen, die na de transitie van het pand, in 2016 gerealiseerd zijn, al is dat niet meer dagelijks.
Dataresearch: Hans Krijnsen
Beeldresearch: Esther Rommelse